Vanwege de continuïteit van de gemeente besteden wij bijzondere aandacht aan de financiële positie. Wij geven daarbij speciale aandacht aan de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen. Samen met het overzicht van baten en lasten is de uiteenzetting van de financiële positie het deel van de begroting dat de basis vormt voor de controle van de rechtmatigheid en het getrouwe beeld van de jaarrekening door de accountant.

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume geen voorzieningen meer hoeven te worden gevormd. Het gaat daarbij om vakantiegelden, eindejaarsuitkeringen, vakantiedagen en wethouders-pensioenen. Deze verplichtingen dienen wel expliciet in de begroting en meerjarenraming te worden verwerkt. Dit doen wij in onderstaande tabel. Dit betekent ook dat voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een niet jaarlijks vergelijkbaar volume wel voorzieningen zijn gevormd.

Bedragen x € 1.000

2018

1. Vakantiegelden

537

2. Eindejaarsuitkeringen

403

3. Vakantiedagen

334

4. Premie wethouderspensioenen

61

Totaal

1.335

Ad. 1: De vakantiegelden zijn gebaseerd op 8% van het brutoloon 2018.
Ad. 2: De eindejaarsuitkeringen zijn gebaseerd op 6% van het brutoloon 2018.

De volgende tabel bevat onze opgenomen en verstrekte geldleningen.

Bedragen x € 1.000

Boekwaarde

Aflossing

Boekwaarde

Rente

01-01-2018

-/-

31-12-2018

2018

Opgenomen geldleningen voor woningcorporatie

13.722

1.323

12.399

330

Overige opgenomen geldleningen

74.590

16.557

58.033

712

Totaal opgenomen

88.312

17.880

70.432

1.042

Verstrekte geldleningen aan woningcorporatie

13.722

1.323

12.399

330

Overige verstrekte geldleningen

21.862

8.130

13.732

314

Totaal verstrekt

35.584

9.453

26.131

644

Saldi

52.728

8.427

44.301

398

Kort geld
Het saldo van de kasgeldleningen per 31 december 2017 bedraagt € 1.500.000.

In onderstaande tabel zijn onze reserves en voorzieningen opgenomen. Deze bedragen zijn gebaseerd op de primitieve begroting plus de voorgenomen vermeerderingen en verminderingen. Bijlage 1 van deze begroting geeft hiervan een specificatie.

Bedragen x € 1.000

Boekwaarde

Vermeerderingen (+/+)

Verminderingen
(-/-)

Boekwaarde

01-01-2018

31-12-2018

Algemene reserve

4.829

-

-

4.829

Bestemmingsreserves

24.195

101

2.416

21.880

Voorzieningen

9.585

1.659

519

10.725

Totaal

38.609

1.760

2.935

37.434

In de begroting 2017-2020 was er een groot bedrag aan indirecte kosten. Indirecte kosten zijn alle kosten die niet direct aan een product kunnen worden toegerekend. Vanaf de begroting 2018-2021
worden de afdelingskosten en de hulpkostenplaatsen als die voor huisvesting en automatisering direct op de taakvelden geboekt. De kapitaalslasten worden nog wel doorberekend en zijn indirect. De informatie die vorig jaar verantwoord is onder indirecte kosten is nu verantwoord onder de kop indirecte- en afdelingskosten.
De kosten die worden doorberekend via kostenverdeling zijn in hoofdlijnen als volgt te verdelen:

Bedragen x € 1.000

Afdelingskosten en hulpkostenplaatsen

2018

2019

2020

2021

Huisvesting, automatisering, algemene personeelskosten

2.025

1.975

1.809

1.721

Afdelingen: directie, bestuursondersteuning en bedrijfsvoering

6.860

6.663

6.663

6.663

Afdelingen: uitvoerende diensten

7.828

7.797

7.779

7.764

Totaal

24.367

22.422

21.869

21.258

Bedragen x € 1.000

Kapitaalslasten (indirecte lasten)

2018

2019

2020

2021

Rente en afschrijvingen

6.106

5.279

4.950

4.725