In dit financieel perspectief wordt ingegaan op de uitkomst van de begroting 2018 en de meerjarenraming 2019-2021. Het startpunt voor de begroting 2018 is de stand van de begroting na de voorjaarsrapportage 2017. Vervolgens zijn de bestaande kaders en de begrotingsrichtlijnen en uitgangspunten uit de perspectiefnota op de cijfers toegepast. De structurele effecten uit de najaarsrapportage 2017 (inclusief septembercirculaire 2017) en de perspectiefnota 2018 zijn ook van invloed op het uiteindelijke financiële perspectief.
In dit hoofdstuk wordt de uitkomst van de begroting 2018 toegelicht; dit betekent dat niet nader wordt ingegaan op de verwerking van de budgetaanpassingen uit de najaarsrapportage 2017.

Het begrotingssaldo 2018 en de meerjarenbegroting 2019 – 2021 bestaan uit de volgende onderdelen:

  • de primitieve begroting
  • de verwerking van de perspectiefnota 2018 – 2021
  • de verwerking van de najaarsrapportage 2017

Bedragen x € 1.000

Bedragen X € 1.000

2018

2019

2020

2021

Financieel perspectief na voorjaarsrapportage 2017

85

8

52

-405

Mutatie uitkomst begroting 2018 (incl meicirculaire)

245

498

375

397

Saldo na begroting 2018

330

506

427

-8

Budgetaanpassingen perspectiefnota 2018-2021

14

-30

44

Financieel perspectief na perspectiefnota 2018-2021

344

506

397

36

Budgetaanpassingen najaarsrapportage 2017 (incl septembercirculaire)

235

95

63

3

Financieel perspectief begroting 2018-2021

579

601

460

39

Wet- en regelgeving schrijven voor dat het begrotingssaldo wordt gesplitst in een saldo van baten en lasten en de mutaties op de reserves. Hieronder is die splitsing opgenomen.

Bedragen x € 1.000

Bedragen X € 1.000

2018

2019

2020

2021

Saldo van lasten en baten begroting 2018

-2.069

-737

-776

-609

Stortingen reserves begroting

-101

-101

-77

-77

Onttrekking reserves begroting

2.416

1.336

1.228

1.084

Budgetaanpassingen begroting 2018

245

498

375

397

De door de raad vastgestelde kaders, richtlijnen en uitgangspunten zijn de basis voor de opstelling van de begroting. Deze kaders zijn opgenomen in de perspectiefnota 2018-2021. De belangrijkste uitgangspunten van deze begroting zijn opgenomen in paragraaf Uitgangspunten van deze begroting.
Daarnaast zijn ook de kaders die worden gesteld vanuit de provincie Gelderland van belang. De provincie schrijft onder andere voor dat de begroting 2018 gebaseerd moet zijn op de meicirculaire 2017 van het gemeentefonds.
Wanneer alle kaders worden toegepast dan resulteert dit in een mutatie op het saldo van de begroting na de voorjaarsrapportage van:

Bedragen x € 1.000

Bedragen X € 1.000

2018

2019

2020

2021

Mutatie begroting 2018-2021

245

498

375

397

De mutatie wordt door verschillende factoren veroorzaakt. Onderstaand is een en ander meer in detail en meerjarig weergegeven.

Bedragen x € 1.000

Omschrijving

2018

2019

2020

2021

Inflatie

274-

285-

290-

296-

Salarissen

288-

294-

294-

294-

Algemene uitkering

905

977

945

947

Sub totaal na inflatie en en salarissen

343

398

360

357

Taakveld riolering

108-

89-

75-

6

Doorbelasting naar grondexploitaties

215-

215-

215-

215-

OZB

10-

6-

44

81

Kapitaallasten

255

416

265

172

Overig

19-

7-

5-

4-

Mutatie uitkomst begroting 2018-2021

245

498

375

397

Inflatie
Conform de begrotingsrichtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de perspectiefnota 2018-2021, is voor 2018 rekening gehouden met een prijsstijging (inflatie) van 1,4% op zowel de baten als de lasten van de prijsgevoelige budgetten. Per saldo levert dit in 2018 een extra last in de begroting op van € 274.000. In de aanpassing van de algemene uitkering is hier dekking voor gevonden.
Salarissen
Bij de opstelling van de begroting 2018-2022 is uitgegaan van hetgeen bij de perspectiefnota 2018-2021 is bepaald. Uitgegaan wordt van een stijging van de salarislasten van 3% ten opzichte van de situatie op
1 januari 2017. Verder is uitgegaan van de pensioenpremies en premies sociale lasten zoals deze medio 2017 waren. In de aangepaste algemene uitkering is dekking gevonden voor de hogere salarissen en premies.
Algemene uitkering
De stand van de algemene uitkering zoals deze in de primitieve begroting is opgenomen is inclusief de verwerking van de meicirculaire 2017 en de kerngegevens zoals deze zijn opgenomen in de perspectiefnota 2018-2021.
De Algemene uitkering stijgt in de meicirculaire 2017. Hiermee worden gemeenten gecompenseerd voor de inflatie en voor de stijging van de salarissen. Deze zaken dienen dus altijd in samenhang te worden bezien.
Bovengenoemd sub totaal na inflatie en salarissen (voor 2018 voor een bedrag van € 343.000) is dat wat er van de algemene uitkering resteert na de geoormerkte bedragen met name de reserveringen voor het sociaal domeinen en de mutatie van de salarissen en de inflatie.
Taakveld riolering
Bij elke begroting dient beoordeeld te worden of het taakveld riolering kostendekkend in de begroting is opgenomen. Wanneer de inkomsten hoger zijn dan de lasten, dient het verschil te worden toegevoegd aan de egalisatievoorziening rioleringen. Bij hogere lasten geldt dat het verschil wordt onttrokken aan de voorziening.
Doorbelasting naar grondexploitaties
In de begroting 2018 worden minder lasten doorbelast naar de grondexploitatie. De doorbelasting naar de grondexploitatie vindt plaats op basis van de inzet van medewerkers op deze grondexploitaties.
OZB
De inkomsten OZB zijn opnieuw berekend op basis van de meest recente gegevens over WOZ-waarde, aantallen en indexering.
Kapitaallasten
Elk jaar wordt bij de begroting opnieuw bepaald wat de rentelasten zijn. Voor de toerekening van rente aan de activa is voor de periode 2018-2021 1% rente gehanteerd. Voor het begrotingsjaar 2017-2020 was dit 1,5%. In de perspectiefnota 2018-2021 is bepaald dat voor 2018 en 2019 over het financieringstekort 1,5% rente wordt berekend en voor de jaren 2020 en 2021 2,0% rente.

Vanuit de perspectiefnota 2018 worden de volgende budgetaanpassingen gedaan.

Bedragen x € 1.000

2018

2019

2020

2021

Programma Burger en Bestuur

BB-1

Gemeente beleidsmonitor

14

-

-30

44

Programma Sociaal domein

SD-1

Langer zelfstanding wonen ouderen

-35

-

-

-

Saldo van baten en lasten

-49

-30

44

Mutaties reserves:

SD-1

Reserve sociaal domein

35

-

-

-

Effect begroting

14

-30

44

Vanuit het opstellen van de begroting 2018 worden geen voorstellen tot aanpassing van de cijfers gedaan.