Voor het opstellen van de begroting 2018 is een aantal gegevens van belang. Het gaat hierbij om de kerngegevens die van invloed zijn op de berekening van de groeigerelateerde budgetten zoals de belastingopbrengsten en de algemene uitkering.
In onderstaande tabel zijn de van toepassing zijnde kerngegevens per 1 januari van het betreffende jaar opgenomen. Voor leerlingen geldt als peildatum 1 oktober van het voorgaande jaar (dus voor het jaar 2018 geldt het aantal leerlingen per 1 oktober 2017).

Gegeven

2018

2019

2020

2021

WOZ-waarde woningen*

2.618.000

2.646.000

2.674.000

2.702.000

WOZ-waarde niet-woningen* eigenaren

497.000

497.000

497.000

497.000

WOZ-waarde niet-woningen* gebruiker

476.500

476.500

476.500

476.500

Aantal inwoners (*1)

28.197

28.519

28.841

29.163

Aantal jongeren (< 20 jaar) (*1)

6.644

6.623

6.596

6.563

Aantal ouderen (> 64 jaar)

5.263

5.387

5.512

5.638

Aantal ouderen (75-85 jaar)

1.737

1.795

1.860

1.911

Aantal woonruimten

12.311

12.451

12.591

12.731

Aantal uitkeringsgerechtigden WWB

540

545

550

555

Aantal uitkeringsgerechtigden IOAW

40

40

40

40

Aantal uitkeringsgerechtigden IOAZ

4

4

4

4

Aantal leerlingen VO

4.096

4.027

3.976

3.863

Aantal leerlingen (V)SO (*2)

181

177

173

173

Mutatie woningvoorraad

140

140

140

140

Gemiddelde woningbezetting

2,3

2,3

2,3

2,3

Gemiddelde woningwaarde

200.000

200.000

200.000

200.000

* maal € 1.000. Betreft de waardepeildatum 01-01-2017, de waardemutatie in 2017 is hierin dus nog niet meegenomen. Voor de vaststelling van de tarieven voor 2018 wordt uiteraard de waarde op waardepeildatum 01-01-2017 gehanteerd.

  1. Deze begroting is opgesteld volgens de voorschriften uit het ’Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten’ (BBV) welke vanaf 1 januari 2017 van kracht zijn.
  2. Het financieel meerjarenperspectief 2018-2021 is gebaseerd op het verwachte prijspeil per 1 januari 2018. De bedragen van de jaarrekening 2016 en de begroting 2017 zijn gebaseerd op de toenmalige prijspeilen.
  3. De prijsgevoelige budgetten (exclusief salarissen en sociale lasten) zijn verhoogd met 1,4%. De baten van leges/rechten/retributies zijn met hetzelfde percentage verhoogd.
  4. De opbrengsten voor de OZB, hondenbelasting, marktgelden en precariobelastingen (exclusief op kabels en leidingen) worden trendmatig verhoogd met 1,4%. De tarieven voor parkeerbelasting, toeristenbelasting en precariobelastingen op kabels en leidingen worden beleidsmatig bepaald. De tarieven van de rioolheffing, afvalstoffenheffing (verzorgd door Regio Rivierenland/AVRI), lijkbezorgingrechten, en algemene leges worden op basis van kostendekkendheid vastgesteld.
  5. De salarislasten zijn berekend op basis van de werkelijke functieschalen en periodieken per 1 juni 2017.
  6. De interne rekenrente bedraagt 1% (zie ook de paragraaf financiering).
  7. Rentepercentages grondexploitatie bedraagt 1%. Dit geldt zowel als de grondexploitatie leent van de algemene dienst, als wanneer de algemene dienst leent van de grondexploitatie.
  8. Voor de renteberekening van het financieringstekort is rekening gehouden met een rente van 1,5% voor 2018 en 2019. Voor de jaren 2019 en verder wordt 2% gehanteerd.
  9. De berekening van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de meicirculaire 2017.